Berichten in deze categorie gaan over hoe je je als mens privé en in werk wilt ontwikkelen. Wat past bij jou en waarom?

Stilte in je hoofd?!


Samenvatting van een lezing die ik gaf op de landelijke Dag van de Stilte – 27 oktober 2013.

Van mensen in mijn praktijk hoor ik vaak het volgende: ‘stilte om me heen opzoeken, dat lukt nog wel. Ik ga wandelen in een bos, in bad zitten, mediteren, met aandacht iets doen. Maar stilte in mijn hoofd… Dat is lastiger! Wat kan ik doen om te zorgen dat ik rust vind in m’n kop?’ Piekeren, malen, een hoofd dat maar door rebbelt: dat geeft veel stress. Als ik vraag wat hun ideale situatie zou zijn, antwoorden diezelfde klanten dat ze meer rust zouden willen in hun hoofd, meer controle over hun gedachten, dat ze zich beter willen kunnen concentreren en niet zo snel afgeleid zouden willen zijn.

Prikkelrijke samenleving
Wat is er aan de hand? We leven in een samenleving die rijk is aan prikkels en worden de hele dag gebombardeerd met informatie. Eén dagelijkse editie van New York Times bevat even veel informatie als een burger in de zeventiende eeuw in zijn hele leven te verwerken kreeg! Internet groeit met tien miljoen pagina’s per dag, in Nederland zien we gemiddeld 380 televisie-commercials per week. Etcetera etcetera!  Al die informatie komt binnen in onze hersenen. Voor het gemak maak ik onderscheid tussen externe en interne prikkels die door ons zenuwstelsel worden verwerkt. Wij nemen de wereld waar met zintuigen: gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin en tastzin. In de organen die wij hebben om de zintuigen te gebruiken – ogen, oren, de huid, neus, tong – zitten opstapelingen van sensoren (zenuwcellen) die zo zijn gebouwd dat ze reageren op de buitenwereld. Via zenuwbanen worden de opgepikte prikkels of signalen doorgestuurd naar de hersenen. Daar komen ze eerst aan bij de thalamus, dit is een belangrijke zenuwkern, een verbindingsstation in de hersenen. De thalamus kiest welke prikkels we ons bewust worden en welke niet. Circa 90% van de prikkels van de zintuigen en van de zenuwbanen intern in het lichaam komt nooit in het bewuste.

Daar komt bij dat wij vermoedelijk maar een beperkt aantal prikkels tegelijk bewust kunnen verwerken. Hier wordt onderzoek naar gedaan. Het gegeven dat we onbewust een selectie maken van externe prikkels verklaart bijvoorbeeld waarom een dief in een drukke menigte makkelijk je portemonnee uit je broekzak kan vissen. De omgeving is al vol prikkels en je hebt je handen vol aan de verwerking en selectie. De ene prikkel van de dief bij je broekzak valt niet meer op. Of denk aan het filmpje van de basketballers. Je wordt gevraagd om te tellen hoe vaak het witte team de bal krijgt. Doordat je je aandacht richt op de bal en het overgooien, mis je helemaal dat er tegelijkertijd een man in een gorillapak tussen de basketballers door loopt. Je kunt het filmpje hier bekijken.

Zintuigen gebruiken als antennes
Heel vaak nemen we dus selectief waar, maar zijn we ons bewust van de selectie die we maken? Wat nu als we het waarnemingsproces actief en bewust maken? Zintuigen zijn als antennes die je kunt richten. Als je je ogen een moment sluit, kun je proberen je oren te richten. Focus ze bijvoorbeeld op muziek die uit de radio komt en richt de oor-antenne daarna op achtergrondgeluiden op straat. Probeer nu eens te switchen tussen de verschillende geluiden. Hetzelfde geldt voor de ogen. Deze zijn te vergelijken met de lens van een fotocamera: je kunt focussen op iets dichtbij, je kunt een breed beeld kiezen en je kunt ook kiezen voor aut-of-focus: de ogen zacht maken en niet richten. Ik zet zelf regelmatig mijn bril af. Het is heel ontspannend om even niet scherp te hoeven zien. Dit is iets wat je ook prima kunt oefenen in de rij bij de kassa of in de trein. Waar is je aandacht op gericht? Hoe gebruik je je zintuigen op dit moment?

Het bewust richten van de zintuigen alsof het antennes zijn, kan anti-stresserend werken. Ik zat vrijdagavond in de bioscoop bij de film Gravity. Een heel indrukwekkende film die in de ruimte speelt. In de ruimte is geen geluid – veel van de film speelde zich af in stilte. Maar naast mij zat een mevrouw met zo’n enorme doos popcorn. Kraken, kauwen, het was oorverdovend. Ik wilde die doos wel uit haar handen slaan om de mooie filmstilte terug te krijgen. Dat kon natuurlijk niet en om die irritatie binnen de perken te houden heb ik deze oefening gebruikt om mijn aandacht te verleggen naar mijn zicht. Kijken, kijken en mijn oren maar wat dichter houden.

Tips voor het omgaan met veel externe prikkels
Over het goed omgaan met de vele informatie, is heel veel te zeggen. Het valt onder het onderwerp timemanagement. Bewust kiezen wat je aandacht geeft, is de eerste stap. Dit kan op veel manieren en veel fronten. Een paar tips:
– Kies bewust wanneer je je email checkt: niet elke vijf minuten, maar drie keer per dag bijvoorbeeld.
– Zet internet en email uit als je geconcentreerd bezig wilt zijn.
– Zet ook je telefoon met regelmaat uit. Veel dingen kunnen best een uurtje wachten.
– Richt je aandacht op wat je doet. Onze aandachtspanne wordt steeds korter. De gemiddelde Nederlander kan zich nog maar 5 minuten en 7 seconden achter elkaar concentreren. Tien jaar geleden was dit meer dan 12 minuten!
– Luister naar je lijf: voel je irritatie, spanning of een heftige emotie opkomen dan is het tijd om even pas op de plaats te maken en te kijken of je niet te veel hooi op je vork hebt genomen.

Over herkauwers en planners
Het omgaan met interne prikkels, gedachten of impulsen is een ander verhaal. Nu komen we op het vlak van het denken. Ook hier zit  de huidige samenleving ons op de nek. De moderne maatschappij focust op snelheid, kennis en flexibiliteit. Om erbij te horen, moet je snel reageren, inspelen en alles weten. ‘Ik weet het niet’ is een eng antwoord geworden. En dat terwijl er bijzonder veel keuzes en mogelijkheden zijn en het voor veel mensen lastig is om te bepalen ‘wie ben ik echt, wat wil ik?’ Veel mensen hebben last van hun interne prikkels. Ze maken zich zorgen, ze malen en piekeren. Gedachtenstress kan uiteindelijk leiden tot slaapproblemen, besluiteloosheid en in het ergste geval depressieve gevoelens.

Als je piekert en maalt, zit je overmatig veel in je kop. Er zijn verschillende denkpatronen te herkennen. Je hebt mensen die herkauwen – daar ben ik er zelf een van. Elke situatie die is geweest, gaat nog eens door de molen. Wat bedoelde die persoon daarmee? En toen deed ik dat en dat, was dat handig of had ik beter iets anders kunnen doen? Dit soort denken trekt je naar achteren. Je hebt ook planners. Dat zijn mensen die voorover vallen in het denken. Ze zijn de hele tijd met de toekomst bezig. Zal ik nu dit doen of beter dat? En dan zegt die zus en dan kan ik weer dat naar voren brengen. Of je nu voorover leunt of achterover, in beide gevallen ben je bezig met een irreële activiteit. Het is gebeurd zoals het is gebeurd en dat is niet meer te veranderen of het zal gebeuren zoals het zal gebeuren en dat is nog niet te voorzien. Het denken kan zo sterk zijn dat je je niet meer bewust bent van het huidige moment. Je hoofd is topzwaar geworden, omdat je helemaal met je aandacht in het denken zit. Je raakt het contact met je lichaam voor een groot deel kwijt. Als iemand je een duwtje zou geven terwijl je aan het vooruit- of terugdenken bent, zul je voelen dat je instabiel bent en mogelijk zelfs als een rietstengel zwaait in de wind.

Aanwezig en inwendig zijn
Breng je aandacht eens bewust in je lijf. Concentreer je op je ademhaling die vanzelf rustiger wordt. Gebruik je zintuigen om in het hier & nu aanwezig te zijn. Wat hoor je nu? Wat zie je? Wat ruik je? Wat valt je op? Voel je je billen op de stoel? Hoe is het contact van je voeten met de grond? Het gaat even niet om wat er is gebeurd of wat er zal gebeuren, het gaat om wat er nu is. Aanwezig zijn heet dit.

Op mijn opleiding cranio-sacrale therapie leren wij het mooie en subtiele verschil tussen aanwezig zijn en inwezig zijn. Aanwezig zijn is  het bewust inzetten van de zintuiglijke waarneming om jezelf uit je kop te halen en naar het hier & nu te brengen. Inwezig zijn is tegelijkertijd ook bewust zijn van je lijf, je ruggengraat voelen en in je eigen midden zijn, contact maken met je eigen zelf en het voelen van de grond onder je voeten en het hemelrijk boven je. In- en aanwezig zijn, maakt direct rustig in je hoofd. De gedachten doen er opeens veel minder toe.

Tips voor het omgaan met veel interne prikkels
– Te veel denken zet je zelf in gang. Bedenk: gedachten heb je, je bent niet je gedachten. Veel gedachten zijn helemaal niet nuttig of zelfs contraproductief, terwijl ze wel in jezelf zijn opgeborreld. Doordat ze in jezelf zijn ontstaan, kun je het gevoel krijgen dat alle gedachten er toe doen. Niets is minder waar! Kijk maar eens een poosje kritisch naar je eigen gedachten. Welke gedachten voegen echt iets toe en welke stiekem maar heel weinig?
– Hersenen maken geen onderscheid tussen gezonde en ongezonde informatie. Je kunt niet fout denken. Het centrale zenuwstelsel is echt te vergelijken met een computer die oordeelloos alles voor handen verwerkt.
– Schrijf je hoofd eens leeg als het heel vol is. Ga ergens rustig zitten met pen en papier en schrijf alles op wat in je opkomt, net zo lang tot je hoofd leger wordt.
– Maak gerichte planningen en to-do-lijstjes om te zorgen dat je niet alles hoeft vast te houden in je hoofd. (To-do-lijstjes kunnen wel ook gevaarlijk zijn schreef ik op deze plek eerder.)
– Pieker voor het slapen gaan een kwartier of een half uur verplicht.
– Beweeg: de energie en voedingsstoffen gaan even naar andere organen in je lichaam dan de hersenen.
– Mediteer.

Hoe is het met jouw aan- en inwezigheid? Laat hieronder jouw ervaring achter! Ik reageer altijd.

Bronnen voor dit artikel o.a.:
Je piekert je suf – Henk Hermans
Aandacht – Sjoukje van de Kolk

“Als dit geen Crohn is, eet ik mijn bul op”

Gepubliceerd in Dura, herfst 2010.

Eind april 2009. Mijn maag draait zich elk uur om en mijn darmen lijken wel op hol geslagen. Voedselvergiftiging denk ik, een pak sinaasappelsap dat over de datum is. Mijn buik denkt er anders over. Een maand later heb ik nog steeds regelmatig krampen en verdraag ik geen zuivel, rauwe paprika of gekruid eten meer. De huisarts denkt aan lactose‐intolerantie en maant me geduld te hebben. Dan begint, plotseling, het afvallen. In twee weken tijd verlies ik meerdere kilo’s en krijg ik bijna geen hap meer door mijn keel. Ik heb aanhoudend diarree en forse krampen in mijn buik en ik ben intussen zo moe dat ik elke middag op bed lig. Een doorverwijzing naar het ziekenhuis is onvermijdelijk.

De vriendelijke, lichtgrijzende internist hoort mij geduldig aan en bevoelt zacht mijn buik. Er is meer onderzoek nodig, hij kan het zo niet zeggen. Een week of twee later volgt de uitslag van de coloscopie (inwendig onderzoek van de dikke darm) en CT-­‐scan (van de buik). “ Je hebt de ziekte van Crohn. Er zit een verdikking aan het eind van de dunne darm, waar deze overgaat in de dikke darm en de bloedwaarden duiden op een forse ontsteking.”

Op de controleafspraak een paar dagen later is de internist hogelijk verbaasd over het tempo waarin de ontstekingswaarde daalt onder invloed van de prednison. Van binnen juich ik en bedenk dat niet alleen de prednison maar ook mijn positieve gedachten hun vruchten afwerpen. Maar slechts dagen later komt de buikpijn terug en word ik nu ook regelmatig misselijk. Alleen de diarree blijft uit. Het oordeel is onverbiddelijk. “Dit is een typisch beeld. Waarschijnlijk zit er zoveel littekenweefsel in de darm dat opereren noodzakelijk is. We bouwen de prednison af, dan kijken we met een darmfoto hoe de plek eruitziet en snijden die eruit. Daarna moet je aan de onderhoudsbehandeling. Dat is medicatie die je immuunsysteem onderdrukt, zodat je darmen zich niet meer tegen zichzelf keren.” Ik sputter tegen, maar vind geen gehoor. “Als dit geen Crohn is, eet ik mijn bul op,” zegt de internist terwijl hij me een hand geeft.

Ik sputter tegen, maar vind geen gehoor.
Het duizelt me. Kerngezond zou ik mezelf nou ook niet noemen en dat mijn darmen een zwakke plek zijn, weet ik al jaren. Maar een chronische ziekte, zomaar uit het niets? De artsen zijn duidelijk en beslist. De symptomen passen volledig bij de ziekte van Crohn. Punt. En ook mensen in mijn omgeving slaan een arm om me heen: “fijn dat je weet wat het is. Dat het echt iets is ook. Dat geeft toch rust.” Nee, dat geeft geen rust – zeker niet als je in elkaar zit zoals ik doe. Het roept behoorlijke weerstand in me op. De vraag wat het is en wat je er aan kunt doen, is zeker interessant. Maar het lijkt de enige vraag die iedereen bezig houdt en is het wel de goede vraag? Niemand vraagt waarom dit nu gebeurt, op dit moment in mijn leven, of wat mijn lichaam me hiermee wil vertellen, welke oorzaken het heeft en of er geen alternatieve behandelmethoden zijn. En als ik aan een paar mensen opper dat je toch ook kunt vragen wat er energetisch aan de hand is of hoe oud dit is, krijg ik fronsende gezichten.

Bij de bloedafname – het ziekenhuis is een efficiënt werkende machine – weigert mijn linkerarm bloed te geven. De vaten sluiten zich. Ik realiseer me wat dit betekent. Mijn rechter hersenhelft, mijn intuïtie, zegt: “blijf van me af!” Thuis lees ik De Helende Reis van Brandon Bays. “Ja!”, zeg ik met haar, “dit is een wake-­‐up call. Het is een signaal. Hoe leer ik ernaar te luisteren?” De volgende dag bezoek ik een vriend die me een reikibehandeling geeft. Mijn lijf geeft inzicht: zij wil meer ruimte voor de natuurlijke beweging en meer ruimte voor de verschillende aspecten in mijn leven. De vraag of ik de ziekte van Crohn heb, vindt zij volstrekt onbelangrijk. Mijn lichaam wil dat ik het onderliggende thema oppak en aan de slag ga met de energetische waarde van deze gebeurtenissen. Na de reikibehandeling slaap ik voor het eerst sinds weken paracetamolvrij in.

Omdat ik een vertrouwensband met mijn lijf wil opbouwen, ga ik regelmatig voor sessies cranio-­‐ sacrale massage naar Anneke Mosselman. Op haar zachte tafel voel ik de stress in mijn lijf verminderen en merk ik hoe gemakkelijk ik met al mijn individuele organen contact kan maken. Mijn milt, lever, maag en darmen hebben het zwaar en roepen om aandacht. Hoe cynisch is het dat ik – die als coach ook trainingen ‘Luisteren naar signalen’ geeft – nu moet constateren dat ik onvoldoende naar mijn eigen signalen heb geluisterd. Mijn hoofd wil harder dan mijn lijf aankan. De sessies met Anneke maken veel wakker in mij en ik schrijf lappen tekst om mijn zoektocht te ondersteunen. Er is een dualiteit in mij – soms ben ik heel rationeel en soms heel intuïtief. Soms ben ik leidend, vaak ook volgend. Ik kies niet werkelijk en juist deze periode in mijn leven vraagt om grote keuzes en verbinding. Mijn nog nieuwe relatie brengt spannende vraagstukken met zich mee: wil ik samenwonen, kan ik zorgen voor zijn kinderen, is daar voldoende ruimte voor mij, wil ik nog eigen kinderen en kan dat? In mijn werk ben ik zoekende – mijn eigen bedrijf heeft onvoldoende identiteit en ik hobbel maar wat van toevallige opdracht naar opdracht.

Kun je je overgeven aan dit proces…. ?
Al schrijvende praat mijn lichaam met mij. “Kun je je overgeven aan dit proces om naar een pijnvrij lichaam te gaan? Durf je alles te doen en te laten wat daarvoor nodig is?” In mijn lichaam is geen twijfel. Mijn organen willen gezond worden en zacht zijn in zichzelf. De ene sessie is heftiger dan de andere en mijn organen halen pittige herinneringen op. Vooral mijn maag heeft het zwaar. Eindelijk laat hij zien hoe hij sinds mijn kindertijd teleurstellingen heeft weggeslikt, hoe hij zich heeft gepantserd om mij te helpen. Maar daarmee kwam het probleem bij de darmen te liggen en die wisten zich gaandeweg ook geen raad meer. Het kan nu niet meer zo. “Het was een harnas. We gaan met z’n allen op zoek naar andere strategieën. Het mag anders.” Al doende veranderen de klachten. Nu heb ik vooral last van mijn maag en middenrifgebied, mijn darmen houden zich rustiger.

De controleafspraken in het ziekenhuis gaan onverminderd door. Het lijkt een compleet andere wereld. Als ik daar naar binnen ga, valt alle zelfverzekerdheid en contact met mijn lijf direct van me af. Als ik aangeef dat mijn klachten veranderen, vind ik geen gehoor. De internist blijft de klachten relateren aan de ziekte van Crohn: “de maagklachten kunnen ook een bijwerking zijn van de prednison.” Dapper ga ik de discussie aan: “nee dat geloof ik niet en ik wil daarom geen onderhoudsbehandeling, ik wil het zelf proberen op te lossen.” Hij vindt het zeer onverstandig. “De kans op terugval in het eerste jaar is 80% en onze ervaring is dat diëten en alternatieve geneeswijzen niet helpen. De medicatie die wij voorschrijven, is wetenschappelijk getest en brengt het risico op een terugslag naar zo’n 50%. Als je dat niet doet, moeten we op termijn mogelijk opereren met alle risico’s van dien.” Toch gunt hij me de tijd voor een second opinion in een ander ziekenhuis. “Maar als de klachten terugkomen of verergeren, moet je onmiddellijk aan de bel trekken.”

Het gesprek maakt me boos. De internist luistert volgens een protocol. Hij heeft geen aandacht voor mijn verhaal, voor het feit dat ik in een transformatieperiode zit, voor mijn betoog dat de klachten echt anders voelen dan voorheen. Ik heb het gevoel dat ik met mijn beide benen in twee totaal verschillende werelden sta. Twee oevers van een rivier. De rationeel-­‐wetenschappelijke in het ziekenhuis en de holistische, zachtere bij Anneke die uitgaat van een zelfhelend vermogen. Kan ik daar een brug tussen slaan? Wie is er eigenlijk de baas over mijn lijf? Anneke maakt een paar dagen later een opmerking waar ik veel mee kan: “gebruik beide perspectieven om informatie te verzamelen en overleg met je lijf.”

Het is een auto-immuunziekte waarbij de darm over zijn toeren is geraakt.
In aanvulling op wat mijn lijf zegt, begin ik te lezen over de ziekte van Crohn en de functie van het spijsverteringskanaal. Het spijsverteringskanaal is een bijzonder systeem, begrijp ik. Eigenlijk is het buitenkant aan de binnenkant, omdat het organen zijn die direct in contact staan met de buitenwereld. De maag verteert en verwerkt; de dunne darm scheidt en filtert; de dikke darm dikt in en laat los. De dunne darm is een intelligent orgaan dat een kritische analyse maakt en bepaalt wat wel en wat niet bruikbaar is voor het lichaam. Het proces van de dikke darm is onbewuster, grover lijkt het. De ziekte van Crohn openbaart zich aan het eind van de dunne darm. Het is een auto-­ immuunziekte waarbij het systeem in de darm dat bedoeld is om de bacteriën van buiten te weren over zijn toeren is geraakt. Daarmee keert het systeem zich tegen zichzelf. Meestal begint de ziekte met het soort heftige ontsteking als ik nu heb. De kans dat het daarna terug komt en jarenlange problemen blijft geven, is groot. In het ergste geval veroorzaken de ontstekingen littekenweefsel in de darmen die de doorgang blokkeren waardoor opereren noodzakelijk wordt. Bovendien gaat spijsvertering over input en output – wat stop je er in en wat gaat er uit, een intrinsiek energetisch proces. Niet alleen fysiek maar ook in overdrachtelijke zin kun je jezelf ziek eten. Ik stop veel keuzes in mijn lijf, mijn hoofd is op hol geslagen en mijn lichaam kan het niet bijbenen. Dat najaar zet ik een aantal projecten stop. Ik neem gas terug. Meer tijd voor mezelf, meer tijd om piano te spelen (Chopin en Mozart verzoekt mijn lichaam), meer tijd voor mijn vrienden. Ik probeer een glutenvrij dieet op aanraden van een orthomoleculair arts, hoewel mijn lijf volhoudt dat gluten niet het probleem zijn.

Begin november is de second opinion in het universitaire ziekenhuis. Deze internist is veel strenger dan mijn eigen arts. Als het aan hem ligt, is er geen twijfel aan de diagnose en begin ik direct aan de onderhoudsmedicatie. Hij wil nog wel bloedonderzoek doen en nog eens de biopten uit de coloscopie bekijken, maar geeft weinig ruimte. Uit het lood geslagen stap ik in de tram terug. Mijn gevoel en mijn lijf zeggen iets heel anders. Al die meningen. De oevers van de rivier verwijden zich met de minuut. De mening van mijn eigen internist, de mening van de orthomoleculair arts – die, hoeveel breder zij ook kijkt, toch ook probeert mij in een hokje te plaatsen – en nu de mening van deze internist. Mijn lichaam draait en keert en zorgt voor meer buikpijn, nog steeds ter hoogte van mijn maag. De krampen worden sterker en nu begin ik direct na de maaltijd overgeefaanvallen te krijgen. Een lichtpuntje is de telefonische terugkoppeling van de second opinion. De internist geeft wat in: “de ontstekingswaarde in uw bloed is laag en het bioptenonderzoek wijst niets uit. Tja. De ziekte van Crohn is het meest waarschijnlijk, maar ik kan geen zekere diagnose stellen.”

Als het overgeven dagelijks wordt en ik weer begin af te vallen, hol ik naar de internist. Hij vindt het vreemd. De bloedwaarden zijn normaal, het zou in zijn ogen nog bij de ziekte van Crohn kunnen passen, maar waar zit het dan precies. Na de gastroscopie (inwendig onderzoek van de slokdarm, maag en begin van de twaalfvingerige darm) vang ik zijn blik: “er is niks te zien, alles is helemaal normaal. Maar wat het dan is?” Dat wordt twee dagen later duidelijk in de CT-­‐scan en echoscopie. De galblaas is volledig ontstoken en opgezet en er zit een stevige galsteen. Opereren is het devies, ik verzet me geen seconde en mijn lijf ook niet. Het voelt goed dat dit gebeurt, ook al kan ik er nog niet meteen de vinger opleggen wat dit signaal nu weer betekent.

Vlak voor de operatie lig ik bij Anneke op tafel. Mijn lijf is aan het opschonen. Ja, het is een overgangsperiode. Mijn visuele cortex wordt schoongemaakt, het bekkengebied en mijn ruggenwervels worden rechtgezet. Er is geruststelling in mijn lichaam. Het voelt alsof alle organen, weefsels en botten zich bundelen om mij door de operatie heen te helpen. En dat is ook zo. Als ik een paar dagen later klaar lig op de operatietafel raak ik in paniek. Onmiddellijk schiet er een golf van vertrouwen door mijn lichaam en word ik zachtjes vanuit mezelf toegesproken “maak je geen zorgen, wij zijn er en alles komt goed.” Dat komt het ook. De operatie gaat voorspoedig, ik herstel zeer vlot en koester me in dit herwonnen contact met mijn lijf.

In een mooie sessie brengen we een paar weken later mijn galblaas symbolisch naar zijn laatste rustplaats. Er is rouw in mijn lichaam. Mijn maag en lever nemen afscheid. “Het moest zo zijn.” En mijn galblaas zweeft energetisch in mijn aura. Natuurlijk stel ik de vraag waarom mijn galblaas opgeofferd moest worden en in de maanden na de operatie voel ik het antwoord. Als me iets dwars zit, moet ik het nu meteen kwijt. Met mijn galblaas ben ik mijn opslagplek voor boosheid en irritatie kwijtgeraakt. Het gaat over kiezen en me uitspreken. Ik ben directer, duidelijker en meer uitgesproken dan voor de operatie.

Inmiddels is het een jaar geleden dat ik ziek werd. Op dit moment heb ik geen klachten en is ook de ontstekingswaarde in mijn bloed (de belangrijkste graadmeter voor een heropleving van de ziekte van Crohn) normaal. De internist wil dat ik om de paar maanden op controle kom. Hij doet zijn werk en dat deed ook de chirurg die mijn galblaas uiterst keurig heeft verwijderd. Voor de artsen zijn er vraagtekens, maar ik voel dat de ziekteperiode achter me raakt. Langzaam durf ik meer voor mezelf te kiezen. Ik ben gaan samenwonen met mijn vriend en zijn gezin. We voeren lange gesprekken over de toekomst. Ik durf me in te bedden in het leven en voel ook mijn focus in werk rustig verschuiven. Het is een proces dat nog tijd zal kosten met de nodige ups en downs, maar ik ben zeker dat mijn lichaam het direct zal laten weten als ik te ver van mezelf afraak.

Een crisis raakt je daar waar je diepste angsten zitten

(Een ‘gouwe ouwe’ uit 2009, maar nog steeds actueel!)

Mijn moeder, de vriendelijke buurvrouw, mijn bank, de verzekeringsadviseur…. het lijkt een standaardvraag deze dagen: en jij als zelfstandig ondernemer, heb jij geen last van de crisis? Nee, wil ik roepen, heel hard: NEE. Het klinkt misschien raar maar diep in mijn hart ben ik blij met de crisis.

Natuurlijk vind ik de crisis spannend. Eng zelfs. Wat nu als ik geen nieuwe opdrachten krijg? Waar moet ik dan van rondkomen? Ik moet toch de huur en mijn eten betalen. Het maakt dat ik me krampachtig Lees meer

Een wetenschappelijke kathedraal: wat zijn we toch tot ontzettend veel in staat!

De getallen doen me duizelen: 1232 magneten van elk 15 meter lang sturen de protonen 100 meter onder de grond 
in hun cirkel van 27 kilometer lang tussen de Jura en het vliegveld van Genève. In die tunnel is het 270 graden onder 
nul, zit één derde van de wereldvoorraad Helium verstopt en die protonen zitten bij elkaar in pakketjes met ongeveer 
100 miljard stuks. Elke 8 meter schiet er een nieuw pakketje voorbij en 40 miljoen keer per seconde doorkruisen de 
pakketjes protonen elkaar. Dan botsen de deeltjes op elkaar en creëren nieuwe deeltjes.

Ik ben een dag op excursie bij het Atlas experiment. Het meetstation van de deeltjesversneller (de Large Hadron Collider) van het CERN waar Nederland bij betrokken is.

Het is indrukwekkend. De ene na de andere uitleg volgt over de werking van de magneten, over de kamers Lees meer

Leg je de nadruk op resultaten of op processen?

Op tv is een boer die bollen kweekt. De presentatrice vraagt hem welke bloemen hij het mooist vindt. Hij weet het niet. Achter hem strekt een kale vlakke akker zich uit met daarboven een overweldigende wolkenlucht. Hij kijkt naar de bollen in zijn hand. “Ik vind de bol net zo mooi als de bloem,” zegt hij.

 Een bloem kan de bol pas met enthousiasme ontspringen nadat het vitale proces van ontstaan en groeien in de bol zelf heeft plaats gevonden. Dit ontwikkelingsproces duurt veel langer dan de uiteindelijke bloei. We vergeten vaak dat dit onzichtbare proces even wezenlijk is als de uiteindelijke bloei. 
In onze maatschappij ligt de nadruk op resultaten en niet op de onderliggende processen. Zonder bollen echter geen bloemen.

Om over na te denken:
Waar leg jij de focus in je leven: op de bol of op de bloem? En ben je daar tevreden mee?

Wat is jouw visie op je werk en je leven?

De afgelopen dagen was ik op pad met mijn ouders en mijn oom en tante. Mijn oom is een zakenman pur sang èn daarbij een bron van inspiratie en levendigheid. Een aantal jaren geleden is hij een eigen bedrijf gestart in de handel van gas. Vanuit zijn kantoor in Wenen vliegt hij naar de Oekraïne, Slovenië, Rusland, Polen… Om te onderhandelen, deals te sluiten en te bewaken dat deze ook worden uitgevoerd in een uiterst beweeglijke, argwanende en onzekere markt. 



 Zijn bedrijf loopt goed en ik

Lees meer