Hoofden op stokjes

Voor mijn werk ben ik regelmatig met mijn hoofd bezig. Plannen maken, mooie teksten verzinnen, intelligente analyses opstellen. Dat doen velen van ons. Hoofd-zakelijk met ons hoofd werken. Dat kan prima. We vinden het ook een belangrijk deel van onszelf. We hebben het niet voor niets over het hoofd van de afdeling en de hoofd-stad van het land.  Tot we uit het lood worden geslagen door een griepje of ziekte: het lichaam meldt zich ook eens en neemt er niet langer genoegen mee bijzaak te zijn. 

 90% van de zenuwprikkels loopt van hoofd naar organen

Dan blijkt dat die verbinding tussen hoofd en lichaam soms wat moeizaam is geworden. Dat we in ons hoofd doordraven, terwijl ons lijf aards en concreet in het heden blijft. Want zeg eens eerlijk: wie loopt nooit zichzelf voorbij? En: wie staat er altijd stil bij signalen vanuit het lichaam?

Hoofdpijn, strakke schouders, pijn in je maag? “Het is zo druk, geen tijd hoor!” “Ach, het zijn oude klachten die telkens terug komen.” De smoezen zijn ontelbaar.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat van de zenuwprikkels die tussen hoofd (hersenen) en organen worden uitgewisseld er 90% in de richting hoofd naar organen gaan en slechts 10% in de richting organen naar hoofd. Dit was lang geleden vermoedelijk anders. Ons lijf is in de afgelopen eeuwen zo geconditioneerd dat we nauwelijks meer voelen wat er van binnen gebeurt. Het contact met onze spieren, botten, aderen en organen is minimaal.

Het lichaam is traag
Daar komt nog bij dat we de afgelopen eeuw erg ons best hebben gedaan om de hoofdtaken te versnellen. We hebben steeds meer toegang tot informatie, kunnen snel communiceren via telefoon, mail, sms, whatsapp, twitter en noem maar op. Met gemak vliegen we naar de andere kant van de wereld. Dat is prachtig. Maar het is allemaal te snel voor het lijf dat in de basis traag blijft, dat zijn signalen subtiel afgeeft. Een burn-out begint met kleine klachten: slecht slapen, hoofdpijn, vaak moe zijn. Stress begint met klamme handen, misschien misselijkheid. Ons lichaam waarschuwt ons zeker, maar zachtjes. En voor iedereen op een eigen manier. Waar de een altijd hoofdpijn krijgt, krijgt de ander juist buikpijn in een zelfde lastige situatie.

“Ik ken mijn lichaam heel goed,” grapten een mede-therapeut en ik laatst tegen elkaar. “Als ik in de supermarkt sta, vraag ik altijd aan mijn lijf wat zij zou willen eten. Zo gek dat ik dan niet meteen antwoord krijg!” Dat zouden we wel willen. Als we dan toch de moeite nemen om te luisteren naar het lichaam, verwachten we ook snel antwoord. “Kom, ik heb nu toch aandacht voor je, zeg het maar. Wat moet ik doen om die koppijn op te lossen?”

Gewetensvraag
De eerste stap is om te leren wat voor jou normaal is. Hoe voelt je lijf onder gewone omstandigheden? Als je de ‘neutrale situatie’ weet, kun je de alarmsignalen herkennen. Dan voel je opeens “hé, deze moeheid is niet gebruikelijk, er is iets aan de hand”. De gewetensvraag is dan ook: hoe vaak sta jij stil bij die kleine uitingen van je lichaam? En koppel je die wel eens aan je bezigheden? Realiseer je je dat die lichte hoofdpijn samenvalt met stress om een te vol geplande dag? Of dat je altijd klamme handen krijgt voor een moeilijk gesprek met een collega?

Creative Commons Licensephoto credit: swanksalot

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *