Berichten

In je kop – uit je kop

Volgens de reisgids duurt de wandeling 4 uur. Dat is heen en terug. En inclusief een steile beklimming van zo’n 500 meter. De kinderen lopen steevast 5 haarspeldbochten voor op mij. Huppelend gaan ze de berg op. Ook als het glad is of rotsig en zelfs in dit bloedhete weer. We zijn op een van de mooiste plekken van Amerika: het national park Zion. Door de Mormonen in de 19e eeuw vernoemd naar het gewenste land, omdat ze verrast waren  een zo groene vallei te vinden na weken sjouwen door woestijn en kaal, droog land.

Grote hoogten en ongekende prestaties
Als ik geen stiefdochter van 16 had gehad die per sé en dan ook zeer nadrukkelijk deze berg op wilde, had ik hier waarschijnlijk niet gelopen. Dan hadden we gekozen voor een makkelijker wandeling. Ook mooi, maar minder uitdagend. Deze lieve en onverzettelijke puber wil altijd op de hoogste top, de smalste richel en de engste steen staan. Daarmee brengt ze ons tot grote hoogten en ongekende prestaties.

Om de hoek zie ik ze stil staan. Ze zullen daar al wel even zitten. Met water en een stukje chocola voor deze minder fitte dame. Het ongeduld druipt van haar gezicht. ‘Ga maar vast,’ zeg ik. Ze klautert verder, haar broer gemoedelijk in haar kielzog. Mijn spieren doen zeer, het voelt alsof ik mijn longblaasjes martel, mijn t-shirt is doorweekt en ik vermoed dat ik rood aanloop.

Bezige machine
Ik kom altijd boven, maar wel in mijn eigen tempo. En ik ben haar dankbaar. Tijdens dit soort wandelingen gebeurt er iets wonderlijks. Mijn hoofd is van nature een bezige machine. Er is van alles in opgeslagen. Agenda’s van mezelf en van familieleden, to-do-lijstjes, ideeën, meningen, zinloos getetter, flarden van boeken en films, gedachten aan gesprekken. Thuis doe ik er van alles aan om mijn hoofd af en toe een minuutje stil te krijgen. In bad gaan helpt, mediteren soms. Eigenlijk werkt het nog het best als ik me op iets anders concentreer. Een opdracht voor werk of studie, het schrijven van een blog. Dan is het niet stil in mijn hoofd, maar is alles wel gefocust en is er minder ruis. Maar echt stil? Nee, dat is het bijna nooit. En als ik slaap dan heb ik intensieve dromen en maak ik ook weer van alles mee.

Een pittige wandeling is een zegen. Ik heb al mijn energie nodig om te bedenken waar ik mijn voeten neer zal zetten. Suikervoorraden en bloed stromen naar mijn spieren, mijn hart en mijn longen. Mijn lichaam draait op volle toeren en blijkbaar zet dat mijn hoofd op een zalige reserve-stand. ‘Uit je kop’ noemt mijn man dat. Ik voel de aarde, geniet van de rode rotsen en het groen, ruik het dennenbos, snuif de wind op. En als beloning sta ik hijgend en breed lachend op de top. ‘Angels landing’ hebben de Mormonen het hier genoemd. Tribunes voor de engelen met uitzicht op de canyon.

Nu ben ik terug en ik verlang naar uit-mijn-kop-zijn. Ik zoek het zo vaak mogelijk op: fietsend tegen de wind in door de polder, wandelend door een groen eind-zomer-bos, vrijend met mijn lieve man. Dan voel ik mijn lijf, het beweegt, het doet, het tintelt, het leeft. Dat hoofd mag straks wel weer spelen!

P.S. Wat doe jij om uit je kop te komen en het piekeren en malen te stoppen? Kom naar mijn lezing met tips: ‘Stilte in je hoofd – naar focus in je gedachten en rust in je kop’ op 27 oktober om 14.00 uur, Laarderweg 65 in Bussum. Meer informatie vind je op mijn site.