Wandelblog #2 Oh oh Den Haag

Hop, daar gingen we dan. Afgelopen zaterdag. Mijn jongste zus en ik. Zij is in Den Haag blijven wonen na onze jeugd en wilde mij graag uitgeleid doen uit onze – inmiddels meer haar – stad.
Na de thee met paaseieren en het uitzwaaien van de nichtjes van 4 en 6 in de bus naar het Kurhaus voor de officiële start van de wandelestafette. In stralende zon. Met voor de zekerheid toch maar sjaals en handschoenen, het boekje van de wandeling en goede zin.

De eerste wandeling. In no-time vonden we het startpunt. Dat had ik niet verwacht! Er is écht een bordje met “Marskramerpad start/einde” (je kunt de wandeling in twee richtingen lopen). Eigenlijk is het een sticker op een paal. Veel stelt het niet voor. Aan de paal hangt een bordje met “Attentie. Bike surveillance door politie en gemeente voor uw veiligheid!” Nooit van gehoord; bike surveillance.
Het is maar wat je wilt zien. Wij keken alleen maar naar dat kleine rood-witte stickertje met de letters Marskramerpad. Welk een belofte. Zou er aan de andere kant van het pad een zelfde stickertje hangen? 372 km verderop?

De rood-witte stickertjes leidden ons in hoog tempo weg van het stralende strand door straten met hooghartige huizen in de wind. Langs lagere-school-vriendinnen en het-huis-van-de-ex-van-de-andere-zus naar het Westbroekpark, de-uitlaatplek-van-de-overleden-liefste-hond en de schaatsvijver – beter bekend als de Waterpartij. Onze voeten vormden een nieuw pad dwars op alle ooit al door ons geplaatste stappen en fietssporen. We praatten over vroeger en nu. Over de verschillen en de overeenkomsten. Over wat we herkenden en wat – verrassend genoeg – juist niet.

In het bos voelde ik de onstuimige trek van onze wilde hond Boyke, zag ik de verstopte paaseieren, ervoer ik het boomgeruis dat de puberteit verzacht. De brandgang was er nog. Sommige plekken vergaan nooit. En ons ouderlijk huis, fris geverfd, lijkt gemoedelijker dan toen. Na 30 jaar doceert juf Elsa nog steeds klassiek ballet getuige de foto’s in de ramen. De melkboer is er niet meer, maar de slager en de chique banketbakker wel. De Ierse pub waar ik biertjes leerde drinken, vond ik niet meer terug. De tweedehandsklerenwinkel weer wel.

Mijn zus verzorgde de nieuwe blik op mijn oude stad. Als gids naar de huidige tijd bracht ze mij naar drie voor mij volstrekt onbekende speeltuinen. We verbaasden ons samen over het nieuwe beeld op het Voorhout dat de ondertekening van de grondwet verbeeldt. Ik had niet gedacht dat je daarbij in het kruis van een kortgerokte jongedame zou kunnen kijken.

Verder naar het Centraal Station doet Den Haag mij aan werk denken. De Raad voor de rechtspraak. Het Parket-Generaal. De rechtbank. Gauw verder daarom naar onbekendere oorden. Langs het koninklijke Bosch door Marlot Wassenaar in. Hier werd het nieuw terrein voor ons beiden. En verdwenen opeens de trouwhartige rood-witte stickers. Kon ik toch nog ouderwets kaart lezen.

De landgoederen boeiden ons niet tot het einde en de voeten waren moe. Na 14 km van de route eindigden we op de Houtmanlaan. Bus 90 was 25 minuten te laat. “Als er nu niemand meer uitstapt en ik 55 rijd waar we 50 mogen, haal ik het weer in,” zei de jolige buschauffeur. Om bij de volgende halte zes langzame instappers te mogen verwelkomen. We durfden toch uit te stappen, ook al waren we bij onze halte de enige. Met rozige gezichten, bijna-verbrande neuzen en één zere knie kwamen we weer thuis bij de nichtjes.
De tocht is begonnen!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *